Speechschrijver Bob de Ruiter: ‘Mensen luisteren niet als je ze agressief bejegend’

Leestijd: 5 minuten
Speechschrijver Bob de Ruiter over polarisatie in de samenleving

De krappe woningmarkt, het personeelstekort in de zorg, de toestroom van asielzoekers: Veel maatschappelijke kwesties roepen sterke emoties op. Ondertussen neemt het wij-zij-denken toe en sluiten we vaak (onbewust) onze oren voor de ander. Veel Nederlanders maken zich zorgen over polarisatie in de politiek en samenleving (SCP). In dit interview deelt speechschrijver en trainer Bob de Ruiter zijn visie op het onderwerp.

 

Bob de Ruiter is meer dan dertig jaar speechschrijver en werkte voor veel politici zoals Wim Kok, Hans van Mierlo en Alexander Pechtold. Later schreef hij voor verschillende CEO’s waaronder Ad Scheepbouwer (KPN) en Roger van Boxtel (NS). Naast het schrijven van speeches, geeft hij bij De Redactie de training Speech schrijven.

 

Trainer Bob de Ruiter

Bob, je bent echt een vakman als het gaat om speeches schrijven. Hoeveel werk heb je gemiddeld aan een speech?

‘Met een grote speech voor een belangrijke politicus kan ik wel weken bezig zijn. Ik verdiep me in het publiek en de persoon die het gaat uitspreken. De meeste tijd ben ik kwijt aan de opbouw. In een meeslepende redenering begin je niet met een standpunt, je brengt mensen daarnaartoe.’

Het onderwerp polarisatie houd je veel bezig. Waarom is het zo typerend voor deze tijd?

‘Het is altijd zo geweest dat er tegenstellingen waren, maar vandaag de dag is die versplintering groter dan ooit. We gaan steeds woester tegen elkaar tekeer. Ik zie dagelijks in de krant, op social media en in de Tweede Kamer hoe er met elkaar gesproken wordt. Laatst maakte een politica een fout en werd ze gelijk uitgemaakt voor onmenselijk en misselijkmakend.

Zoals de Tweede Kamer nu debatteert, jaagt het alleen maar de polarisatie in de samenleving aan. De eigen achterban vindt stevige verontwaardiging wel mooi, maar er is één ding wat niet lukt en dat is de ander overtuigen. “A man convinced against his will, is of the same opinion still.” Als we elkaar de hele tijd agressief bejegenen, komen we niet verder.’

 

Moeten we ons minder laten meeslepen door sterke emoties?

‘In ieder geval niet door de opgeklopte agressieve emoties. Als je het hebt over eigen kwetsbaarheid of verdriet dan is het weer een ander verhaal. Jane Goodall, de bekende dierenactiviste die haar leven doorbracht met chimpansees, zei laatst in een tv-programma: “Wat ik heb geleerd in mijn leven is dat mensen niet luisteren als je ze agressief bejegend. Wil je praten met een ander, dan moet je eerst een band opbouwen.” Wanneer je vertrouwen wekt en de ander laat zien dat je hem of haar begrijpt, dan kun je tot iemand doordringen. Dat vind ik zo mooi aan de Amerikaan Jonathan Haidt die dat thema heel goed heeft uitgewerkt.’

 

Haidt is evolutionair psycholoog en schreef het boek The Righteous Mind waarin hij honderden onderzoeken en studies aaneen smeedt over wat de mens nu eigenlijk is; zijn drijfveren, emoties en rationalisaties. In het boek wordt uiteengezet waarom mensen soms zo hopeloos verdeeld raken, maar ook hoe we elkaar beter kunnen begrijpen en hoe we polarisatie kunnen overwinnen. Volgens Haidt zijn we niet de rationele wezens, zoals we onszelf graag zien, maar laten we ons vooral leiden door intuïtie en onbewuste impulsen. Hij gebruikt hiervoor een metafoor: de olifant en zijn berijder.

 

Wat bedoelt Haidt met de beeldspraak de olifant en de berijder?

‘De olifant is ons instinct: hij staat voor onze intuïties, emoties en gutfeelings. Hij wendt zich af van de dingen die hem niet bevallen en wendt zich naar alles wat hem wèl aan staat. Vol automatisch en meestal onbewust neemt hij voortdurend beslissingen. Het is aan de berijder (ons denkvermogen) om na afloop het logische verhaal te vertellen bij alles wat de olifant doet of nalaat; Haidt noemt hem de perswoordvoerder.’

 

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Als iemand tegen me zegt dat ik iets niet goed heb gedaan, spring ik meteen in de verdediging want de olifant in mij heeft geen zin om op de knieën te gaan. Dat gevoel wordt doorgegeven aan de berijder die op zijn beurt het debat aangaat en argumenten zoekt die mij van pas komen. Wat de uitkomst ook is, we zullen elkaar niet overtuigen. Ga je eerst rustig zitten, op een andere toon met elkaar in gesprek, dan krijg je een heel ander verhaal. Oftewel: je moet niet debatteren met de berijder, je moet praten met de olifant.’

 

Haidt spreekt in zijn boek over basisemoties…

‘Dat zijn emoties die aangeboren en versterkt zijn door jaren van evolutie. Eerlijkheid en zorg zijn bijvoorbeeld basisemoties, linkse partijen appelleren daar veel aan. Loyaliteit is eveneens een heel diepgeworteld besef. Wanneer een basisemotie wordt genegeerd, begrijpen mensen elkaar niet meer goed. Een goed voorbeeld is het wegvallen van de traditionele achterban van de sociaaldemocraten in Europa. Waarom? Ze spraken veel over de mensheid, de wereld, het milieu, maar ze vergaten hun eigen achterban. Voor veel mensen is loyaliteit sterker voor de mensen die het dichtst bij hun staan. Zo voel je je meer loyaal met je buurvrouw dan met een vrouw aan de andere kant van de wereld. Dat is misschien niet mooi en netjes, maar zo zit een mens nu eenmaal in elkaar.’

 

Wat is een goed beginpunt om een eind te maken aan het wij-zij-denken?

‘Het begint ermee dat je de ander wil begrijpen. Soms zit er achter het aangedragen  probleem een ander probleem. In een plaatsje in Engeland kozen inwoners massaal voor de Brexit. Die mensen werden daar toen op aangesproken en gelijk bestempelt als racistisch. Later hebben ze onderzocht waarom die inwoners voor de Brexit hadden gestemd en toen bleek dat ze niet tegen de komst van immigranten waren maar dat ze zich zorgen maakten over de wachtlijsten voor woningen, scholen en de zorg.’

 

Het gaat dus eigenlijk om meer inlevingsvermogen?

‘Ja daar komt het wel op neer. Waar veel politieke partijen last van hebben is cognitieve dissonantie. Dat betekent dat alles wat niet in jouw wereldbeeld past, je gaat ontkennen of negeren. Wie heeft de moed om te zeggen: “Hé verrek zeg! Dit is een probleem waar we jaren geen oog voor hebben gehad. Het dringt nu pas tot me door.”

 

Bespreek je dit onderwerp in de training Speech schrijven?

‘Ja. Ik vraag altijd aan cursisten hoe ze zijn begonnen met de speech die ze vooraf hebben ingeleverd. Dan krijg ik vaak de reactie dat ze alles hebben opgeschreven wat ze kwijt wilden. Dat is een vrij normale reactie, maar eerlijk gezegd is dat een verkeerd begin. Het gaat niet om wat je kwijt wilt, je moet je eerst verplaatsen in de mensen die voor je zitten. Wat verwachten ze? Waar zitten ze mee? Wat voor gevoel moeten ze overhouden na jouw verhaal? Daar moet je eerst op broeden anders vliegt je verhaal hoog over.’

 

Wat is vaak de grootste uitdaging voor cursisten?

‘Tijd! Voor een goede speech heb je tijd nodig en schrijf je door totdat je denkt: Ik wil niets liever dan deze woorden uitspreken. In onze cultuur verwacht men dat niet, denken mensen vaak dat je een speech even gauw opschrijft.’

 

Wat is nou de belangrijkste eigenschap van een spreker?

‘Volgens de oude Romeinse redenaar Marcus Marcellus Antonius is dat deugdzaamheid. Ja, dat is nogal een oubollig woord, maar daar draait het uiteindelijk wel om. Als een spreker te veel zaken uit zijn verband rukt en dingen verzint uit effectbejag, dan wordt hij daar op afgerekend en verliest hij zijn geloofwaardigheid. Schrijf je voor de baas, dan moet je dat hem of haar ook durven zeggen.’

Lees meer

 

In korte tijd een spetterende speech schrijven. In deze training leer je van Bob de Ruiter een praktische methode om een overtuigend verhaal voor te bereiden en daar een mooie speech van te maken.
×
  • De Redactie
  • Van Heenvlietlaan 200A
  • 1083 CM Amsterdam

  • info@deredactie.nl
  • 0299 - 65 38 53
  • Btw: NL8017.10.960B.01
  • IBAN: NL64TRIO 0781 515 858
  • KVK: 36040811
×