u bent hier: Home > Nieuws > trainingsnieuws > Trainingen vertelt > Doorvragen tot het net niet gênant wordt – de wondere wereld van goed interviewen

Trainingen vertelt: Doorvragen tot het net niet gênant wordt – de wondere wereld van goed interviewen

GEPLAATST OP: 3 april 2017

Een sportverslaggever. De redacteur van een universiteitsblad. Een communicatiemedewerker. Allemaal schrijven we een aardig woordje weg. Maar zonder betrouwbare, spannende, unieke informatie zijn we nergens. Hoe kun je een bron nét dat beetje meer ontfutselen? Op de juiste momenten je mond houden en doorvragen tot het net niet gênant wordt.

Geschreven én geïnterviewd door: Lotty Nijhuis, cursist Cursus Interviewen, januari 2017.

In mijn zoektocht naar ‘een cursus waar ik beter door ga schrijven’ stuit ik steeds weer op die training interviewen. Maar ik vind interviewen eigenlijk helemaal niet zo leuk. Ik ga geen cursus interviewen doen.

Maar natuurlijk is dat juist een reden om voor die cursus interviewen te kiezen. Vooruit dan maar. Zonder een goed interview immers nooit een goed verhaal.

Hoop, teleurstelling, vreugde, motivatie: tijdens een interview krijg je informatie die niemand heeft, zal trainer Evert de Vos later uitleggen, als ik hem en Luuk Sengers na afloop van de cursus – jawel! – een interview afneem. Zoals die keer dat hij iemand interviewde die smaakvolle sandwiches voor benzinepompen wilde maken. ‘Je denkt: wat maakt het uit? Maar deze man had de drive om drie jaar van zijn werkzame leven daaraan te spenderen. De techniek van het broodje ben je zo vergeten, maar zijn motivatie blijft.’ Op zoek dus, naar dat zogenoemde tweede verhaal.

Twee weten meer dan één

De cursus interviewen kent de luxe van twee trainers. Twee weten meer dan één, dus dat is alvast mooi meegenomen. Maar het is vooral reuze handig. Want er staan vijf avonden aan rollenspellen op het programma. Eén trainer speelt de rol, nummer twee reflecteert samen met de andere cursisten: wat ging er goed, wat kon er beter?

Luuk en Evert blijken, behalve doorgewinterde journalisten, enthousiaste toneelspelers die hun rollen spelen met verve en een overduidelijk plezier. De sfeer is ontspannen, er zijn grapjes, Evert strooit met de ene anekdote na de andere… maar ondertussen gaan we gewoon met de billen bloot. Soms ben ik compleet de kluts kwijt. Hoe kom ik waar ik zijn moet, en vooral: durf ik dat wel?

Gene = doorvragen

‘Gene is een teken dat je op de goede weg bent,’ legt Evert uit. De meeste cursisten vinden die gene het moeilijkst. Maar het is o zo belangrijk: je kunt dingen pas begrijpen als je goed doorvraagt. Het moet zo concreet mogelijk worden. Dus: waar je in een normaal gesprek stopt, moet je nu een stapje verder. ‘Je weet dat je ergens komt waar anderen nog niet zijn geweest, de maagdelijke sneeuw. Daar kun je het mooiste skiën, maar de kans op een lawine is er ook het grootst.’

Ja, je moet mensen soms vervelende vragen stellen. Nee, daar moet de sfeer van het gesprek niet onder lijden. Luuk: ‘Als mensen zeggen: ‘Het was een leuk gesprek’, en ze hebben niet door wat ze allemaal gezegd hebben, dan heb je het goed gedaan.’

Er moet altijd een beetje azijn bij, maar meestal vang je meer met honing, geloven ze. Zo leerden ze het zelf, jaren geleden, tijdens een cursus van Aafke Steenhuis. Een fantastische docente, vindt Luuk, en een hele geduldige interviewster die anderen dingen kon laten vertellen, juist omdat ze zo innemend was.

Halve waarheid

Ik voel zelf ook wel voor die softe aanpak, maar ondertussen sparen de heren me niet en worstel ik me avond na avond door mijn interviews heen. Mond houden en luisteren – maar natuurlijk goede vragen stellen. Stiltes laten vallen – maar ook weer niet te lang. Doorvragen op emotie – zonder dat het vervelend wordt. Ik zie wat mijn medecursisten moeilijk vinden, waar ze van zichzelf keigoed in zijn en waar ze sprongen vooruit maken. Langzaam krijg ik het een beetje door, maar vanzelf gaat het niet.

En dus vraag ik mijn trainers: wat vinden ze zelf nog wel eens moeilijk? Besluiten wanneer je tevreden bent met een antwoord in een zakelijk interview, denkt Luuk. ‘De halve waarheden komen aan de lopende band voorbij,’ legt hij enigszins ontnuchterend uit. En je herkent ze niet altijd. Wetenschappers, deskundigen, bestuurders: allemaal hebben ze een grote verantwoordelijkheid en een belang. Hoe weet je of een rapport van Greenpeace zo degelijk is als het eruit ziet? ‘Je kunt het iemand anders voorleggen, maar die heeft misschien weer een ander belang. Dus dan weet je nog niets. Als journalist heb je de taak om uiteindelijk uit alle informatie conclusies te trekken. Maar het blijft altijd vloeibaar.’

Schatgraven

Luuk en Evert voorzien ons in vijf avonden van een hele trukendoos. Met een paar tips kom ik al een heel eind, denk ik stiekem, maar: nee, met één truc red je het niet, waarschuwt Luuk. Hij ziet het soms bij mensen die al heel lang interviewen: ze hebben een paar ijzersterke trucs, maar als ze tegenover iemand zitten die daar niet intrapt, gaat het mis. Nieuwe dingen proberen dus. ‘Wij proberen mensen uit hun comfortzone te halen. En dan zie je ze denken: O, dat kan ik dus ook! Ik vind het leuk als mensen ontdekken dat ze meer in hun mars hebben.’

‘Maar het leukste is als cursisten de lol van interviewen gaan inzien,’ vindt Evert. Interviewen is niet alleen het moeilijkste, maar ook een van de leukste en spannendste dingen om te doen. Hij vertelt over de serie portretten van pubers, die hij maakte voor Trouw. Op beeld was er een selectie gemaakt, volkomen willekeurig. Maar alle tien hadden ze iets te vertellen, of het nou om de scheiding van hun ouders ging of het gebruik van antidepressiva. ‘Als je tijdens een interview iets hoort wat je nog nergens gelezen hebt, dan is het een overwinning en heel bevredigend. Je bent aan het schatgraven. En iedereen heeft een verhaal, daar ben ik van overtuigd.’

Binnenkort start weer een editie van de training Interviewen. Doe mee!