u bent hier: Home > Nieuws > Interviews > Online met > Thijs Roes

Online met: Thijs Roes

GEPLAATST OP: 15 december 2016

‘Mijn boekenkast staat er echt alleen maar voor de show. Om te veinzen dat ik heel intellectueel ben, de juiste mensen lees en dat de verjaardagscadeautjes van vrienden en familie me zeer dierbaar zijn.’ Daarentegen verslindt wetenschapsjournalist Thijs Roes wel het hele internet en leest en luistert online de hele dag door: ‘Ik ben er achter gekomen dat het fysiek onmogelijk voor me is om een boek te lezen. Ik knikkebol na anderhalve pagina met mijn hoofd in slaap. Maar ik zeg ‘t liever niet, want er heerst een stigma op mensen die niet van papieren boeken houden.’

Thijs Roes beantwoordt deze keer de vragen van onze rubriek Online met… Naast wetenschapsjournalist en overtuigd e-reader, is hij correspondent ‘Drugsbeleid’ bij De Correspondent, en runt videoproductiebedrijf Yeah Science! Hiervoor zat hij bij VICE en voor RTL Nieuws in New York.

Wat is je laatst aangeschafte app?

‘De uitgebreide versie van Star Chart, dat is zo’n app die je op de hemel kan richten en dat hij je dan vertelt wat welke ster is. Ik fiets ‘s avonds altijd met mijn ogen op de hemel gericht – mits ik dan niet op een auto klap. ‘s Nachts kan je zien waar we eigenlijk wonen, overdag zijn we verblind door het leven van alledag. Het is voor mij waanzinnig inspirerend geweest om te leren waar we eigenlijk vandaan komen, en ik betreur het dan ook zeer dat mensen meer geïnteresseerd lijken in de onzinnigheid van astrologie dan in de adembenemende werkelijkheid die zich elke nacht boven hun hoofd afspeelt.’

Wie was je leermeester?

‘Er zijn er zoveel, je kijkt je hele leven van mensen af hè..? Comedian Jon Stewart is mijn journalistieke voorbeeld – ik ben alleen niet zo grappig dus dat is een probleem – en ik volg veel van de filosofische gedachtes van wetenschapper Carl Sagan. Dichter bij huis hebben m’n stagiaires veel over mezelf geleerd en had RTL-Amerikacorrespondent Erik Mouthaan het talent om een groot verhaal in één zin samen te kunnen vatten. Ik hoop dat ik er iets van over heb gehouden. Maar ik heb eigenlijk het idee dat ik mijn meest wijze lessen nog moet leren.’

Hoe beleeft de consument jouw merk over vijf jaar?

‘Ik vrees dat ik het hier over m’n eigen persoon moet hebben, want ik heb in de afgelopen jaren voor tal van verschillende media gewerkt. Ik heb nooit veel langer dan 2 jaar een baan gehad, en heb niet het idee dat dat ooit nog gaat gebeuren. Als je zoals ik als freelancer werkt en iets gedaan wil krijgen, heb je eigenlijk geen andere optie dan je er bewust van zijn dat je in zo’n publiek beroep een merknaam wordt. In die context graag de volgende opmerking: Ik probeer m’n vaardigheden in te zetten om de wereld te verbeteren, anders slaap ik ‘s-nachts slecht. Dus laat ik maar zo zeggen dat ik hoop dat ik over vijf jaar iets met mijn journalistiek bereikt hebt. Dat zou mooi zijn.’

Online zal printmedia in de toekomst overbodig maken. Eens of oneens?

‘Die discussie hoor ik al sinds 1994, maar iedereen erkent ook dat er een nichemarkt is blijven bestaan voor langspeelplaten, flipperkasten en communistisch gedachtengoed. Dus papieren kranten, boeken, tijdschriften, er zal altijd wel iemand zijn die zin heeft om ze mee te sjouwen. Zelf doe ik er dus niet aan. Ik was een van de eerste kinderen was het voorrecht had om op te groeien met het internet. De laatste warme herinnering die ik heb aan een papieren tijdschrift was de Donald Duck. Sindsdien heb ik het altijd zonde van het papier gevonden. Ik vind het wel heel jammerlijk voor de archeologen van de toekomst, die tasten over duizend jaar in het duister over onze tijd. Dus allemaal backups maken en in een kluis leggen, mensen!’

Stel, je krijgt de mogelijkheid om een nieuw medium te creëren, wat zou dat zijn?

‘Iets dat taalbarrieres kan doorbreken. Hoe waanzinnig zou het zijn als ik met een Yemeni, een Chinees en een Uruguayaan zonder frictie zou kunnen converseren over Beyoncé en de internationale politiek? Ik weet nog niet of het wereldvrede dichterbij brengt – je kan dan namelijk ook opeens zonder taalfrictie genadeloos ruzie maken met elkaar – maar het lijkt me een mooie eerste stap om meer als planeet te gaan functioneren. En minder als stammen die met elkaar in strijd zijn om welvaart.

Welk crossmediaal concept vind je goed geslaagd?

‘Geen, eigenlijk. Ik zie niet in wat de meerwaarde is van het switchen tussen papier, TV en online, als je alles ook op die laatste zou kunnen doen. Het gaat niet meer om het verschil tussen TV, Radio of Krant, maar om het verschil tussen platformen. Ik kijk voornamelijk naar de wereld via Reddit, Youtube en tot op zekere hoogte Facebook en Twitter. Ik heb het idee dat het in deze Nieuwe Tijd veel belangrijk is om cross-bubble te werken. Ik vind het erg naar dat het meeste van mijn werk wordt gelezen door mensen die het er toch al mee eens zijn. Echt crossmediaal zou zijn als bijvoorbeeld De Telegraaf en De Correspondent stukken zouden gaan uitwisselen.’

Zijn social media voor jou een betrouwbare nieuwsbron?

‘Is een gesprek in de kroeg dat? Is een papieren encyclopedia uit 1994 dat? Bullshit vliegt ons dagelijks in grote hoeveelheden om onze oren. Het gaat erom of je uit al die meningen, wetenschappelijke studies en je gebrekkige zintuigelijke waarnemingen een beeld van de wereld kan scheppen dat enigszins coherent is en stand houdt. Een vriendelijk bedoelde vraag over social media is misschien niet de beste plek om de vraag te stellen wat fundamentele waarheid is en wat niet, maar ik ben er allang achter dat het grootste gedeelte van de mensheid liever in sprookjes gelooft dan de moeite neemt om uit te vinden wat écht is.’

Aan wie geef je het stokje voor dit interview door en waarom?

‘Fatima Warsame. Niet alleen om de diversiteitscijfers voor deze interviewreeks wat op te krikken, maar ook omdat ik haar tof en talentvol vond toen ze stage liep bij VICE. Ook moet ze nog grotendeels aan haar carrière beginnen maar ze heeft haar eerste strepen al flink verdiend. Dus weet ze vast inspirerende mensen om het stokje opnieuw aan door te geven.’