u bent hier: Home > Nieuws > Interviews > Ganzenveerinterviews > Esther Goedegebuure

Ganzenveerinterviews: Esther Goedegebuure

GEPLAATST OP: 2 september 2016

Esther Goedegebuure, hoofdredacteur JAN magazine beantwoordt deze keer de vragen in onze interviewrubriek De Ganzenveer, waarin elke keer een andere hoofd- of eindredacteur aan het woord is over zijn/haar werk. Het stokje van deze estafetterubriek werd aan haar doorgegeven door Ellen Litz, chef redactie van LINDA specials.

Wat houdt jouw functie precies in?

‘Ik ben hoofdredacteur, dus verantwoordelijk voor alle verschijningen rondom het merk JAN, dwz onze printproducten (JAN, VakantieJAN, JAN Living en de JAN Agenda), maar ook online, en zoiets als het JAN Netwerkevent, dat 7 oktober plaats gaat vinden. We hebben een klein team hier op de Keizersgracht, waar iedereen heel nauw met elkaar samenwerkt. Dus behalve inhoudelijk, ben ik ook heel commercieel met marketing en sales aan het werk. Dat is ook zo ontzettend leuk aan de baan van een hoofdredacteur; je bent creatief, zakelijk en op management niveau actief, die combinatie zie je eigenlijk zelden in een functie. Beeld uitzoeken, een stukje tikken, een samenwerking met een adverteerder ontwikkelen, een marketingactie bedenken, alle kanten van het bladenmaken komen samen.’

Waarin onderscheidt JAN zich van andere magazines?

‘JAN is in de eerste plaats een selfmade titel. We zijn geen licentie en dus niet onderdeel van een internationale formule. JAN is heel eigen, op en top Nederlands, vanuit een behoefte aan zo’n tijdschrift gemaakt. De makers van JAN staan heel dicht bij de doelgroep, waardoor lezers voelen dat het echt, en persoonlijk is. JAN gaat over emotie, over verhalen die we allemaal kennen uit onze eigen of directe omgeving. JAN is in tegenstelling tot veel andere glossy’s niet bang om over het echte leven te schrijven. Niet het leven zoals dat ‘zou moeten zijn’, nee zoals het zich daadwerkelijk aan je voltrekt. Ik denk dat veel glossy’s huiverig zijn het alledaagse groot te brengen omdat het ‘gewoontjes’ zou zijn. Maar JAN is allesbehalve dat. Onze prachtige fotografie en mooie lay-outs zorgen voor een hoog aspiratieniveau. JAN heeft zonder meer een internationale look en feel, én is ondertussen zo lekker no-nonsense Nederlands. In die zin is JAN uniek.’

Als je geen hoofdredacteur was, welk beroep zou je dan willen hebben?

‘Dat is een vraag die me steeds vaker bezig houdt, omdat ik graag nog heel lang wil werken, en mezelf scherp wil houden. Maar het is moeilijk om heel concreet een andere baan te visualiseren bij datgene waar ik nu mijn plezier en energie uithaal. Ik kom op geweldige plekken, spreek interessante mensen, hoor mooie verhalen, en maak iedere maand met ontzettend leuke collega’s iets waar ik steeds weer enorm trots op ben. Ik hou zo veel van dit werk, dat meer dan een baan een wezenlijk deel van mijn leven en identiteit is.’

Van welke collega of vakgenoot kun jij nog iets leren?

‘Ik heb bewondering voor Jildou van de Bijl en haar team omdat zij steeds weer zulke originele en scherpe invalshoeken weten te verzinnen. Het is duidelijk dat geen berg hen te hoog is. Bedenken ze dat ze vrouwen met zadeltassen (extreem brede heupen) op de foto willen zetten, dat vinden ze die zadeltassen. En die vrouwen staan dan nog lachend voor de camera ook! Bij Linda hebben ze lef, en flikken ze het steeds weer.’

Hoe beleeft de consument jouw merk over vijf jaar? 

‘JAN is here to stay’, schreef Harriet Calo de dag na ons lanceringsfeest op haar bedankkaartje. Dat is nu 11 jaar geleden. JAN is inmiddels een van de grootste vrouwen bladen van Nederland en een van de weinige die in oplage groeit. Dus over 5 jaar zijn we zonder twijfel bruisend en alom vertegenwoordigd, met nog meer line extension zowel in print als online.’

Welk ander (online) magazine beveel jij anderen van harte aan?

‘Stagiaires druk ik altijd op het hart om heel veel te lezen. Niet alleen (online)magazines, maar vooral boeken en kranten. Wie leest verrijkt zichzelf, stilistisch en met ideeën. Je kunt onmogelijk een goeie schrijver, journalist of bladenmaker zijn als je niet zelf leest. En als je het gedoseerd en in hapklare brokken aangeboden wil krijgen, neem dan voor mijn part een abonnement op de Blendle nieuwsbrief.  Ik geniet echt van alle bijlagen van kranten, en lees ze allemaal, waarbij FD Persoonlijk en PS Parool favoriet zijn.’

Online zal printmedia in de toekomst overbodig maken. Eens of oneens?

‘Ik erger me eerlijk gezegd altijd een beetje aan deze vraag. Wat een onzin. Onze stijgende verkoopcijfers bewijzen om te beginnen het tegendeel. Mijn drie kinderen, waarvan twee pubers, zijn natuurlijk online addicts, maar hebben alle drie abonnementen op papieren tijdschriften en lezen uit vrije wil boeken. Voor kwaliteitsprint waar fotografie, lay-out en interessante inhoud de hoofdrol spelen, zal altijd een markt blijven. Natuurlijk, dat wat je online makkelijker en goedkoper kunt consumeren verdwijnt uit het tijdschriftenschap. Maar een blad als JAN wil je niet op een tablet lezen, dat hoort op papier, en dat vinden lezers ook. Godzijdank gaan mensen naar de bioscoop, het theater, en lezen ze boeken, daar heeft technische vooruitgang de afgelopen eeuw ook geen verandering in gebracht.’

Stel, je krijgt de mogelijkheid en de middelen om een geheel nieuw medium te creëren, wat zou dat zijn?

‘Ha, hier een beetje goeie ideeën weggeven, dat doe ik natuurlijk niet! Maar ik zou wel graag weer eens iets willen maken met MarieNannette Schaepman, mijn voorganger en founder van JAN, me wie ik de eerste jaren van JAN ongelofelijk goed heb gewerkt. Haar energie is verslavend.’

Welk crossmediaal concept vind jij goed geslaagd?

‘Ik beleef veel plezier aan Blendle, het brengt me op een eenvoudige manier in contact met verrassend goeie verhalen uit titels die ik anders niet snel lees.’

Aan welke vakgenoot wil je de Ganzenveer doorgeven?

‘Aan mijn lieve collega MayBritt Mobach, mijn favoriete persreis-vriendin. Ze is founder en hoofdredacteur van Amayzine, en dat doet ze met zoveel aanstekelijk enthousiasme. Ze heeft smaak en een heel eigen, grappige tone of voice.’