u bent hier: Home > Nieuws > Interviews > De transfer > Marianne Verhoeven blaast feminisme nieuw leven in met transfer naar Opzij

De transfer: Marianne Verhoeven blaast feminisme nieuw leven in met transfer naar Opzij

GEPLAATST OP: 4 augustus 2017

In de interviewreeks De transfer interviewen we hoofdredacteuren die een belangrijke stap hebben gemaakt in hun carrière. Deze keer legden we de vragen voor aan Marianne Verhoeven.

Marianne Verhoeven startte per 18 juni aan haar nieuwe functie als hoofdredacteur van OPZIJ. Daarvoor was ze uitgever van HP/De Tijd en initiatiefnemer en hoofdredacteur van diens spin-off ZUS.

Welke weg heb jij afgelegd naar deze functie van hoofdredacteur?

Na mijn studie Frans in Leiden ben ik via een boekenuitgeverij eerst bij de Haagse Post en later HP/De Tijd terechtgekomen. Dat heb ik alles bij elkaar een jaar of twaalf gedaan. En zeker die laatste functie, als directeur/uitgever ten tijde van de fusie tussen HP en De Tijd, was voor mij een mijlpaal. Vervolgens ben ik een hele andere kant opgegaan en ben ik in de goede doelenwereld terechtgekomen. Onder andere bij de Hartstichting, waar ik heel veel geleerd heb en het Prinses Beatrixfonds, waar ik als directeur weer een berg aan kennis en ervaring heb opgedaan. Tja, en toen op verzoek weer terug naar HP/De Tijd. Dat was voor mij echt een cadeautje. Ik kon als uitgever samen met hoofdredacteur Tom Kellerhuis, met wie ik in het verleden ook heel goed had samengewerkt, het inmiddels van week- naar maandblad omgeturnde opinieblad gaan runnen. Dat hebben we met zoveel plezier gedaan. Bovendien met een mooi resultaat, want tegen de markt in is de oplage gestegen, is HP/De Tijd inmiddels het tweede opinieblad van Nederland en telt op alle fronten weer mee. Vervolgens mocht ik van de oude meneer De Leeuw (eigenaar van AUDAX/HP/De Tijd) ook nog een nieuw blad in de markt zetten. Ik had namelijk een ideetje, en dat werd ZUS. Daar was ik zowel uitgever als hoofdredacteur van. Heel goed ontvangen, iemand noemde het zelfs een OPZIJ-light waar het plezier van elke pagina afspatte.’

Waarom ben jij de perfecte match voor het hoofdredacteurschap van OPZIJ?

‘Haha, nou, ZUS was een mooie aanloop en over een paar jaar weten we of ik het een klein beetje goed gedaan heb! Maar voor nu denk ik dat mijn ervaring met het werken met uitsluitend freelancers, een klein budget, commerciële eindverantwoordelijkheid als uitgever (bij o.a. HP/De TIJD) en een groot netwerk met goede mensen in ieder geval een redelijk uitgangspunt is.’

Tegen Villamedia zei je dat het hoofdredacteurschap beter past bij je ambities, dan uitgever zijn van HP/De Tijd. Wat zijn die ambities?

‘Het mooie is dat momenteel het feminisme weer helemaal is opgebloeid! Een hele nieuwe jonge lichting vrouwen noemt zich met trots weer feministe. Niet alleen in Nederland maar ook internationaal zie je die beweging. OPZIJ heeft het de laatste jaren moeilijk gehad en heeft de aansluiting met deze nieuwe garde nog niet kunnen maken. Terwijl dat juist zo’n enorm interessante beweging is. Zoals ik het graag noem: feminisme 4.0. Het gaat om gelijkwaardigheid in alles aspecten van de samenleving. En dat bereik je alleen door samen te werken met de andere helft van de samenleving – mannen – en je er niet tegen af te zetten.’

Hoe waren de reacties op deze carrièremove?

‘De reacties waren verrassend positief en bevestigden nog maar eens het geweldige merk dat OPZIJ is. En natuurlijk waren er ook een paar die vroegen of ik m’n paarse tuinbroek al uit de mottenballen had gehaald, ja, dat is pas humor. En bovendien, ik had vroeger een tuinbroek. Van de Salty Dog, best hip toen.’

Je echtgenoot Hans van Brussel is uitgever van Opzij. Is dat handig of lastig?

‘We zijn elkaar werkend tegengekomen en dat is alweer ruim dertig jaar geleden. Dus als we nu nog niet kunnen samenwerken, dan leren we het nooit meer. Overigens is het bepaald niet zo dat we overal hetzelfde over denken, maar dat vind ik eerder een voordeel. Een beetje discussie houdt je scherp.’

Wat was je eerste wapenfeit toen je bij OPZIJ kwam werken?

‘Ik weet niet of het echt een wapenfeit is, maar ik was direct van plan om ‘Langs de feministische Meetlat’ weer terug te halen. Deze roemruchte interviewreeks van Cisca Dresselhuys was voor veel mensen bijna de reden voor een abonnement. En niet dat ik denk dat dat niveau of die impact zomaar weer te halen is, maar het blijft een geweldig uitgangspunt voor een interview. We hebben het iets aangepast omdat ik vind dat je anno 2017 geen man meer zo de maat kunt of hoeft te nemen. Het ging destijds ook om hele basale dingen, zoals boodschappen doen en ‘iets’ met de kinderen. Nu nemen we een bedrijf aan de hand van een interview met topman of –vrouw de feministische maat. In het dubbeldikke zomernummer van OPZIJ hebben we de aftrap genomen met Marjan van Loon, CEO van Shell Nederland. Razend interessant en om te zien welk cijfer ze gekregen heeft, moet je naar de kiosk.’

Welk element of kenmerk van Opzij zul je nooit veranderen?

‘Het feministische karakter, natuurlijk!’

En wat moet juist anders om te kunnen blijven voortbestaan?

Cover Opzij‘In de loop der jaren is OPZIJ misschien iets te veel ‘werken’ geworden, teveel verongelijkt en te weinig vrolijk. Vrouwen lezen graag en veel. Dat bewijst het enorme schap aan vrouwenbladen. Op inhoud onderscheid OPZIJ zich voldoende, maar het moet er vervolgens ook wel ‘lekker’ uitzien en er mag gelachen worden. Daarom vind ik de cover van dit nummer ook goed geslaagd. Paul Verhoeven en Monique die – volgens sommigen – voor een feministisch tijdschrift een beetje gewaagd op de foto staan. De reactie van Hedy d’Ancona hierop vond ik goud. Zij kon het juist wel waarderen.’

In welke aspecten van je nieuwe functie had je echt veel zin?

‘Zoals ik schreef in mijn eerste editorial: ik vind het een enorme eer om in de schoenen van Hedy d’Ancona en Cisca Dresselhuys te mogen stappen en om daar nu in 2017 een nieuwe draai aan te geven. En om met een aantal goede mensen die ik afgelopen jaren heb verzameld dit te kunnen gaan doen. Het wordt hard werken maar waarbij we gemiddeld ook veel pret hebben.’

En waar zag je stiekem best een beetje tegenop?

‘Ik zie eerlijk gezegd niet zo snel ergens tegenop. Ik stort me ergens in en ik bedenk niet vooraf wat er eventueel fout kan gaan. Zeker bij creatieve processen, waarbij heel veel afhankelijkheden van anderen aan te pas komen, moet je kunnen improviseren en juist blijven kijken naar de onverwachte mooie dingen die het ook kan opleveren.’

Waar kun je als hoofdredacteur absoluut niet zonder?

‘Een supercliché, maar natuurlijk kun je niet zonder een goede groep mensen waarmee je het blad maakt. En onder goed versta ik ook dat iedereen eerlijk tegen elkaar is en tegen een stootje kan. Dat moet je tegenwoordig, als je werkt met een rompredactie waarbij niemand meer vast in dienst is, wel iets anders inrichten. Want ook al werk je uitsluitend met zzp’ers, een blad moet een ziel hebben. Maar dat is juist het mooie van bladenmaken: je begint met elk nummer weer helemaal from scratch, er is niets gelijk aan je vorige nummer en toch moet de lezer er per saldo het zelfde gevoel aan over houden.’

Omschrijf eens jouw ideale lezer/abonnee? 

‘Het mooie is juist dat dat het feminisme anno nu niet aan leeftijd is gebonden en dat de toch redelijke verscheidenheid aan doelstellingen en ambities iedereen kan interesseren en raken. Dat wordt overigens mooi verwoord in een interview in het genoemde zomernummer met drie generaties feministen Hedy d’Ancona, Susan Smit en Hadjar Benmiloud.’

Wat zou je hem/haar willen vragen?

‘Blijf lezen, blijf leren, en je hoeft het niet met elkaar eens te zijn maar blijf elkaar wel helpen. En laten we ervoor zorgen dat Facebook niet als het afvalputje van onze samenleving gaat dienen.’

Wat is voor jou een perfecte werkdag?

‘Een werkdag is voor mij perfect als ik alles heb gedaan wat ik me ’s morgens heb voorgenomen – is een dingetje – en ook nog verrast ben door iets moois/grappigs/ontroerends wat ik in de verste verte niet had zien aankomen.’