u bent hier: Home > Nieuws > Interviews > De transfer > Guido den Aantrekker: van schrijver/ journalist/ contentmaker naar hoofdredacteur van Story

De transfer: Guido den Aantrekker: van schrijver/ journalist/ contentmaker naar hoofdredacteur van Story

GEPLAATST OP: 1 augustus 2017

In de rubriek De transfer wordt een hoofdredacteur geïnterviewd, die een belangrijke carrièremove heeft gemaakt. Zoals de overstap van het ene medium naar het andere. Deze keer legden we de vragen voor aan Guido den Aantrekker. Sinds 1 maart 2017 is hij hoofdredacteur van Story.

Guido den Aantrekker (Amsterdam, 2 juni 1966) is journalist, schrijver en creatief consultant op het gebied van concepten, content en communicatie. Onlangs volgde hij Matthieu Slee op, en werd hoofdredacteur van roddelblad Story.

Welke weg heb jij afgelegd naar de functie van hoofdredacteur? 

‘Na mijn studie commerciële economie aan de Hogeschool voor Economische Studies (HES) in Amsterdam ging ik bij luchtvaartmaatschappij Martinair werken, mede vanwege mijn toenmalige vriendin die daar vloog als stewardess – zo konden we samen lekker goedkoop de wereld over. Er was een boeiende job beschikbaar: logistiek management, met in mijn portefeuille diplomatic clearances (wereldwijde landingsrechten en airport slots) en vloot- en crewplanning. Later ben ik bij het destijds jonge en ambitieuze Air Holland supervisor operations te worden, middenin de dynamiek van luchthaven Schiphol.

Op mijn dertigste besloot ik de luchtvaart en mijn gouden strepen (ik liep er in uniform inmiddels bij als de dictator in een operette) vaarwel te zeggen om mijn échte droom te gaan waarmaken: het zijn van journalist en schrijver – op de middelbare school schreef ik de schoolkrant vol onder 23 pseudoniemen; tijdens mijn studiejaren schnabbelde ik voor weekblad Privé. Panorama bood mij die kans, en mijn proefopdracht werd een heus boekje bij het blad. Vanaf dat moment heb ik twintig jaar als freelancer mogen schrijven voor Panorama, Story, De Telegraaf, JFK, Talkies en tal van andere grote publiekstitels. Daarnaast werkte ik als copywriter, mediaconsultant en auteur van een autobiografische roman (De kinderhater) en het non-fictieve boek De primeurjager bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Sinds 1 maart 2017 ben ik hoofdredacteur van Story, nadat ik daar anderhalf jaar eerder als freelance verslaggever gestopt was.’

Waarom ben jij de perfecte match voor het hoofdredacteurschap van Story?

‘Wat mij erg helpt, is dat ik twintig jaar in de frontlinie van de showbizz heb gestaan en weet hoe de hazen lopen in dat malle wereldje. Mijn netwerk is groot, ik heb (nog…) met de meeste BN’ers een prettig en professioneel contact, en ik weet welk nieuws goed scoort bij de lezers. Mijn ervaring als copywriter kan ik mede inzetten bij het maken van de wekelijkse cover. De liefde voor het bladenmaken die ik sinds mijn eerste opdracht van Panorama voel, is vooral aangewakkerd door mijn toenmalige hoofdredacteur Rob van Vuure; zijn vakboeken staan – aan flarden gelezen inmiddels – nog altijd prominent op mijn bureau.’

Hoe waren de reacties op deze carrièremove?

‘Per saldo tweeledig. Mensen dichtbij me wisten waarom ik de kans om hoofdredacteur van Story te worden met al mijn ledematen aangreep: het blad voor gewone Nederlanders met haar megabereik – Story heeft een betaalde oplage van ruim 66.000 exemplaren en zelfs een lezersbereik van bijna een miljoen – is mij uiterst dierbaar, ik zag nog genoeg kansen om naast oplageverbetering de branding van het merk Story te intensiveren, en wilde na twintig jaar solo te hebben gewerkt graag meer in teamverband opereren. Daarbij vind ik het leuk om nieuwe mensen in ons vak iets te leren over human interest-journalistiek en news getting én is Sanoma een bijzonder prettig bedrijf om voor te werken. Maar er was tegelijkertijd onbegrip en scepsis. Had ik immers niet een jaar eerder een boek uitgebracht waarin ik afscheid nam van het vak primeurjager? Klopt. Maar wie het boek leest – en ik raad dat iedereen aan, haha – weet dat het allemaal een stuk genuanceerder ligt. Showbizzfeestjes aflopen om verhalen te scoren, wil ik inderdaad niet meer na twintig jaar. Vooral het corporate stuk van mijn functie vind ik uitdagend.’

Wat was je eerste wapenfeit bij Story?

‘Ik vind het belangrijk dat onze lezers waar voor hun geld krijgen – niet alleen in kwaliteit maar ook in kwantiteit. Daartoe heb ik het aantal producties per editie vergroot, en ook het niveau van de beschreven sterren een ondergrens gegeven; BN’ers of internationale bekendheden die eenmalig op tv zijn geweest of alleen maar bekend zijn omdat ze in de periferie van andere BN’ers vertoeven, krijgen geen plek meer in Story. Mijn bottom line is dat de gemiddelde Nederlander de BN’er minimaal van naam moet kennen. Dat mag zo breed mogelijk: van Barbie tot Martine Bijl, van Youp van ’t Hek tot De Veerkampjes. Ook heb ik het aantal rubrieken uitgebreid, waaronder The Story Of My Life, waarin BN’ers via 20 vragen terugkijken op hun leven tot dan toe. Dat is een rustpunt in het blad geworden, waarvoor de BN’ers inmiddels zelf bellen – of ze er óók in mogen.’

Jij bent van huis uit journalist, schrijver en creatief consultant op het gebied van concepten, content en communicatie. Kun je je ei wel kwijt in je huidige functie?  

‘Ideaal genoeg komen mijn ervaringen en interesses als via een zandloper bij elkaar in mijn huidige functie als hoofdredacteur. Ik schrijf in Story wekelijks mijn editorial, soms ook een verhaal. Lekker om daar op die manier mee bezig te kunnen blijven. In het verleden heb ik op directieniveau geadviseerd over formats, content en communicatie, zoals bij Dirk van den Broek, en ook die expertise kan ik bij Story inzetten. Maar bovenal is Story een snel, journalistiek weekblad en de dynamiek van een redactie die overal bovenop zit, maakt dat ik er met een tevreden grijns rondloop. Hopelijk vind ik op termijn wel weer wat tijd om een volgend boek te schrijven – óók al zo leuk. Maar ik gok dat ik per week zo’n 60 uur met Story bezig ben, dus ik ben al blij als ik de weekendkranten allemaal uitkrijg voor het volgende weekend alweer begint.’

Story heeft een betaalde oplage van + 66.000 printexemplaren. Hoe houdt Story zich staande in deze online wereld?      

‘Print is voor zwartkijkers een gepasseerd station waarlangs de laatste trein inmiddels bergafwaarts rijdt. Ik ben een positief ingesteld mens en zie het zonniger in. Ik verwacht dat een vitaal mediamerk als Story moet kunnen blijven renderen, mits je je lezers tot op de vierkante centimeter papier exact blijft voorzien van wat ze wensen. Wereldwijd blijft de interesse in entertainment groeien. Het zou vreemd zijn als we daar als A-merk in dat genre niet van kunnen meeprofiteren. De snelheid van online en sociale media kun je als tijdschrift nooit winnen, maar ik zie in print kansen voor stabilisering en her en der zelfs nog enige groeipotentie. De bevolking vergrijst snel, het verlangen naar recreatieve quality time neemt toe – ook bij millennials trouwens – en hoe drukker en chaotischer het online wordt, hoe meer de dedicated doelgroep behoefte krijgt aan oase-momenten en ‘guiding by experts’. Het tijdschrift wordt een premiumproduct, een presentje, dat je jezelf of een ander gunt, en waar je de tijd voor wilt nemen. Ook iets waar adverteerders érg happy van worden. Jongere aanwas wordt online beter bediend. Ook daar heeft Story het afgelopen halfjaar zevenmijlsstappen gemaakt: ons online bezoek schiet, zonder enige overdrijving, met honderden procenten per maand omhoog. We brengen eigen Story-nieuws maar cureren ook klikwaardig nieuws van anderen. Zo gaat dat tegenwoordig. Alles bij elkaar zie ik nog steeds een verre horizon voor Story. Een onverwacht compliment kreeg ik laatst van de hoofdredactrice van een succesvolle vrouwentitel van een andere uitgeverij. ‘Ik las Story al jaren niet meer, tegenwoordig koop ik ‘m elke week. Ik heb het gevoel dat ie nu ook voor mij gemaakt wordt.’ Mooi, toch?’

Welk element of kenmerk van Story zul je nooit veranderen?

‘Niets is voor eeuwig, maar het overbekende rode logo en de vakliefde waarmee het blad elke week weer door ons team gemaakt wordt, blijf ik koesteren.’

In welke aspecten van je nieuwe functie had je echt veel zin?

‘Het broeden op een topcover. En het Sanoma-breed samenwerken met collega’s om Story nóg meer vleugels te geven.’

En waar zag je stiekem best een beetje tegenop?

‘Niet eens stiekem: vroeg opstaan, traag woon-werkverkeer en toestemming moeten vragen voor vakanties. Dat eerste bleek juist fijn, daarmee omzeil ik tevens de ochtendfiles en mijn vakantie-aanvraag was per omgaande akkoord. Tijdens die vakantie lag ik op mijn strandbedje overigens vooral aan Story te denken… Ik had ook veel zin om daarna weer aan het werk te gaan. Een goed teken, lijkt me.’

Waar kun je als hoofdredacteur absoluut niet zonder?

‘Geloof in je eigen blad en eigen kunnen, de steun van je team en de steun van je uitgever en directie, en het vurige gevoel dat je ook deze week weer het lekkerste tijdschrift van Nederland gaat maken. En een bureaustoel die dusdanig instelbaar is dat je in voorkomende gevallen je rug recht kunt houden.’

Omschrijf eens jouw ideale lezer/abonnee?

Iedere lezer of abonnee die zelf tien andere mensen lezer of abonnee weet te maken, kom ik persoonlijk zijn of haar schoenen poetsen, haha. Maar even serieus: iedere lezer of abonnee die de moeite neemt om Story te lezen, is mij lief.’

Een werkdag is voor mij perfect als….

‘Er hard gewerkt is, hard gelachen en de verkoopcijfers wéér iets hoger zijn dan de week ervoor. Als ik dan óók nog op tijd ben voor de sluitingstijd van het bedrijfsrestaurant heb ik weinig te klagen.’

(foto: Roland Gaedtgens)

Lees hier de andere interviews in de rubriek De transfer