u bent hier: Home > Nieuws > E-zine > Het is gedaan met de online reactiemogelijkheid bij nieuwsmedia. Eens of oneens?

E-zine: Het is gedaan met de online reactiemogelijkheid bij nieuwsmedia. Eens of oneens?

GEPLAATST OP: 30 mei 2017

Steeds meer media stoppen met de mogelijkheid om online op artikelen te reageren. Ze zijn de ruzies en scheldpartijen beu. ‘Te vaak ontsporen discussies in een negatieve maalstroom waarbij de meest beledigende en domste meningen bovenaan komen en de redelijke antwoorden verdrinken in al het geweld’, schreef online jongerenplatform Vice bij het sluiten van de comments sections in december 2016. Vice zegt door de jaren heen ‘talloze’ bezoekers te hebben geblokkeerd om bedreigingen en haatzaaiende opmerkingen. En maakte een einde aan de ‘bagger’. Ook het AD¸ Elsevier, het Financieele Dagblad en NU.nl besloten de reactiemogelijkheid onder artikelen (tijdelijk) te sluiten.

De conclusie lijkt te zijn: als je lezers online wilt laten reageren, wees dan héél streng en toegewijd, of laat het helemaal niet toe.

Wij legden de volgende stelling aan een paar nieuwsmedia voor: ‘Het is gedaan met de online reactiemogelijkheid bij nieuwsmedia. Eens of oneens?’

En wat vind jij? Doe de POLL in ons e-zine!

Ward Wijndelts, hoofdredacteur Vrij Nederland: ‘Oneens. Ik ben een groot voorstander van interacteren met de fan, en koester de betrokken gebruiker. Ik ben ook een groot voorstander van deze manier voor lezers, kijkers of luisteraars om zich te kunnen uiten. Op dit moment gebeurt dit vooral via onze Facebookpagina. Maar we willen dat dichterbij halen en zijn aan het onderzoeken hoe dat te doen. Wel moet dat een beetje gecontroleerd plaatsvinden. Bijvoorbeeld door gebruikers hun e-mailadres in te laten vullen voordat ze een reactie plaatsen. Het liefst wil je mensen op hun expertise aanspreken en uitdagen om te reageren. Wij betrekken graag de lezer bij wat we schrijven. Zien het meer als een samenwerkingsverband in plaats van enkel de zender te zijn. Natuurlijk zitten er ook reacties tussen waar we niets mee kunnen. Ik vind het niet erg als iemand uit de band springt. Maar het moet geen structureel ding zijn. Laten we vooral inhoudelijk blijven. Het positieve aspect van de reactiemogelijkheid overheerst voor ons.’

René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur Elsevier: ‘Oneens. We zijn er even mee gestopt om ons te beraden over hoe nu verder. Toen we jan en alleman toelieten viel er niet tegenop te modereren. Sinds een jaar heeft Elsevier weer een reactiemogelijkheid: alleen voor (ingelogde) abonnees. We hebben geen speciale moderators aangesteld. Dit was de enige mogelijkheid om het in de hand te houden. Dat betekent minder bagger, maar ook minder reacties dan voorheen.’

Dave van Aken, chef internet en social media bij Metro nieuws: ‘Oneens. Bij Metro staat de interactie met de lezers heel hoog in het vaandel. Bij ons krijgen lezers de mogelijkheid om echt iets bij te dragen aan het merk. Columns, foto’s of een Instagram takeover. Wij betrekken ze overal bij en de lezers maken echt samen met ons content. Comments van de website halen voelt dus niet goed. Toch zijn er genoeg redenen om het wel te doen. Mensen hebben bijna geen favoriet nieuwsmerk meer. Ze komen niet meer speciaal naar jouw website toe om te reageren op een nieuwsfeit. Het speelt zich allemaal af op social media. Een plek waar je als lezer een veel groter bereik hebt, dus dat komt alleen maar ten goede van de vrije meningsuiting. Zeker onze jonge doelgroep is niet loyaal en maakt nauwelijks onderscheid tussen een artikel van VICE of De Volkskrant dat voorbijkomt op hun timeline. Ze zijn gevoelig voor wat collega’s, vrienden of familie delen. Bij Metro hebben we regelmatig een artikel met meer dan duizend reacties op Facebook. Op onze website heeft datzelfde stuk dan maar een stuk of tien reacties. De comments drogen dus op, omdat de lezer ze niet meer plaatst. Communiceren met lezers doen wij ook voornamelijk via Facebook, Snapchat, Twitter en Instagram. Daar zijn onze lezers, dus daar zoek je ze dan ook op. Een commentingtool in stand houden is dus zinloos. Ook voor Metro is de volgende logische stap om de mogelijkheid te reageren via de site stop te zetten.’

Tom Kellerhuis, hoofdredacteur van HP/De Tijd: ‘Deels eens en deels oneens. Hoewel we als opiniemedium van een goede discussie houden, merkten we dat de reactiemogelijkheid op onze site verpest werd door een klein groepje reaguurders die zich liever anoniem liet gelden. Op een gegeven moment gingen de reacties niet meer over het artikel in kwestie. De anonieme accounts gingen elkaar liever te lijf dan hun inhoudelijke opinie te leveren over het stuk. Toen hebben we bij redactioneel besluit de reactiemogelijkheden op onze site gesloten. We hebben wel onze lezers aangespoord om andere sociale media als Twitter en Facebook te gebruiken als discussiemedia voor een inhoudelijk debat en ons via die weg te voorzien van opmerkingen of tips. Een goed nieuwsmedium kan niet zonder feedback van zijn lezers, maar moet ook niet geterroriseerd worden door een kleine groep die niet uit is op een inhoudelijke discussie. Dat gebeurt nu alleen niet op onze eigen site, maar wel via de pagina’s onder onze merkparaplu.’

Matthijs Voortman, eindredacteur online bij RTL Nieuws: ‘Ik ben het oneens met de stelling. Wel kun je je afvragen waar die discussie moet plaatsvinden. Is dat je site of zijn dat je sociale platformen? Wij hebben de reactiemogelijkheid op de site en apps begin dit jaar stopgezet omdat die mogelijkheden weinig toevoegden en we ook nog eens veel tijd aan kwijt waren aan modereren. De discussie over onze artikelen wordt vooral gevoerd op Facebook en andere sociale kanalen. Daar weet onze doelgroep ons goed te vinden. Op die kanalen mengen we ons in gesprekken of vragen we de doelgroep om input. Dat doen we regelmatig met succes. Het levert vaak nieuwe verhalen op. Wij geloven bij RTL Nieuws dan ook juist wel in communiceren met de bezoekers. Op de sociale platformen zie je ook minder de noodzaak om in te grijpen als een discussie uit de hand dreigt te lopen of als mensen te ver gaan. Vaak grijpen andere actieve gebruikers dan wel in.’

Branko Eijssen, adjunct-hoofdredacteur bij Media Groep Limburg: ‘De Limburger kiest er bewust voor om op de website geen reactiemodule onder artikelen te zetten. De ervaring leert dat dit podium geen probaat middel is voor een zinnige, kwalitatieve discussie. In praktijk levert moderatie –  als je het goed wil doen – zo veel werk op dat je er minimaal een persoon per dag aan kwijt bent. Beperken we daarmee de vrije meningsuiting? Nee, integendeel. De lezer heeft er eigenlijk alleen maar mogelijkheden bijgekregen om iets te vinden van onze journalistieke producties. We werken online steeds vaker met actuele polls onder artikelen waar mensen kunnen reageren op stellingen. Ook Whatsapp wordt ingezet om nieuwstips en foto’s van lezers binnen te trekken en we merken dat de e-mailadressen van onze redacteuren onder stukken in de krant een ‘open uitnodiging’ is om te reageren. En we besteden veel tijd aan het aangaan van die dialoog. Staan open voor kritiek, suggesties, maar ook nieuwstips. Op social media, vooral via Facebook, bepalen we zelf welke artikelen we plaatsen en waar we over willen discussiëren. Gemiddeld gezien komen daar veel reacties op. Je kunt nooit helemaal voorkomen dat het ontspoort. We modereren de reacties, maar het is moeilijk opboksen tegen mensen die ontevredenheid en onderbuikgevoel ventileren.’

Barbara van Erp, van online platforms Me-to-we, Saar Magazine en Mynd.nu: ‘Wij laten alles gaan, ze mogen elkaar moderaten. Het eerste jaar werd ons humeur echt bepaald door de teneur van de comments op Facebook. Had ik een heel schattig stukje geschreven over afscheid nemen van de dreumes, over mijn jongste zoontje die kleuter werd. Er stond een zin in over zijn schattige beentjes in een maillootje. Reageerde iemand daarop met: ‘Dat doe je toch niet, een jongen in een maillot, dat snap ik dus echt niet hè.’ Terwijl ik dacht: huh, daar gaat het verhaal toch helemaal niet over!  Maar het kan nog erger: mijn collega Falah schreef een stuk over dat flesvoeding prima is als borstvoeding geven niet lukt. Nou zeg, dat maakte wat los: tot doodsbedreigingen aan toe. Mensen die ons privé mailadres opzoeken en ons dan even vertellen hoe zij over ons denken. Soms schrijf je een privé stukje waarin je je kwetsbaarheid laat zien waarin je bijvoorbeeld schrijft dat je kind in een lastige fase zit, is of dat je het soms niet trekt dat moederschap. En dan ben je opeens een slechte moeder. Maar we zien steeds vaker dat mensen elkaar dan corrigeren gelukkig. We willen dat mensen ook die reactiemogelijkheid blijven houden. En je moet ook gewoon niet alle reacties willen lezen.’